woensdag 30 april 2014

Bart Bierens, hoogleraar Banking Law & Financial Regulation

B. (Bart) Bierens (Arnhem, 1971) is met ingang van 1 april benoemd tot bijzonder hoogleraar Banking Law & Financial Regulation aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Prof. Bierens is specialist op het gebied van het financieel toezichtsrecht.
De leeropdracht is ondergebracht bij het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) en betekent een versterking van het onderzoekprogramma Onderneming en Financieel recht. De bestudering van civielrechtelijke en toezichtrechtelijke aspecten van regulering van banken is een belangrijke pijler van het OO&R-onderzoek.
De regulering van banken heeft de laatste jaren een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Als antwoord op de recente krediet- en eurocrisis, hebben wetgevers in binnen- en buitenland een groot aantal maatregelen genomen die de stabiliteit van het financieel stelsel als geheel moeten waarborgen. Veel van deze regels hebben betrekking op banken en de wijze waarop banken hun taak in het financieel stelsel vervullen. Ook de vormgeving van het bankentoezicht is aan veranderingen onderhevig. Een belangrijke stap zal aan het einde van dit jaar worden gemaakt als binnen de kaders van de Europese Bankenunie de Europees Centrale Bank rechtstreeks toezicht gaat uitoefenen op de grootste banken in de eurozone.
De wetenschappelijke bestudering van de civielrechtelijke en toezichtrechtelijke regulering van banken voorziet dan ook in een behoefte. Prof. B. Bierens zal de diverse reguleringsvraagstukken rondom banken op een geïntegreerde wijze bestuderen.
Bart Bierens studeerde Nederlands recht aan de Universiteit van Tilburg en promoveerde daar in 2009 op een dissertatie over geld en betalingsverkeer. Sinds 2002 is hij werkzaam bij Rabobank Nederland, Juridische Zaken. Eerder vervulde hij diverse functies in de juridisch zakelijke dienstverlening, onder meer als advocaat te Amsterdam. Prof. Bierens was reeds als fellow verbonden aan het Instituut voor Financieel Recht, onderdeel van het OO&R.

dinsdag 29 april 2014

Lagere beloning heeft weinig invloed op betrokkenheid en bevlogenheid

Veel medewerkers in Nederland voelen zich ondergewaardeerd door hun werkgever en zijn niet blij met hun salaris. Zelfs in deze tijd, wanneer het hebben van een baan op zich al een kostbaar bezit is, beoordelen medewerkers de waardering die uit hun beloning spreekt met een diepe onvoldoende, namelijk een 4,6. Hoe is dit lage cijfer mogelijk met de hoogste werkeloosheidscijfers in jaren?
Aan het woord is Guido Heezen, directeur van Effectory. "Beloning is een onderwerp dat zowel werkgevers als werknemers bijzonder aan het hart gaat. Net zoals voetbal en politiek eeuwige punten van discussie zijn, is de hoogte of laagte van het salaris dat ook. In een economisch zwakkere tijd verwacht je in principe meer dankbaarheid van medewerkers die hun baan behouden hebben. Dat is er ook wel, maar er speelt nog iets anders. In veel huishoudens is de financiele situatie een stuk krapper geworden dan een aantal jaren geleden, bijvoorbeeld doordat het inkomen van een partner is weggevallen en bestaande lonen bevroren zijn, terwijl de lasten gelijk zijn gebleven. Tel daarbij op dat er in veel organisatie ontslagen zijn gevallen, waardoor de overgebleven medewerkers extra hard gewerkt hebben. Een hogere werkdruk maar een krappere financiele situatie. Die combinatie verklaart dit lage rapportcijfer en het gevoel dat waardering ontbreekt."
"Uit onze ervaring blijkt opvallend genoeg dat beloning echter maar in beperkte mate bepaalt hoe bevlogen, betrokken en tevreden medewerkers zijn", vervolgt Heezen. "Salaris scoort altijd aan de lage kant. Medewerkers baseren hun beeld van hun werkgever op basis van diverse aspecten, zoals de inhoud van de werkzaamheden, de collega's, ontwikkelingsmogelijkheden, contact met de leidinggevende en de werkdruk. Beloning hoort hier ook bij. En hoewel iedereen salaris ontzettend belangrijk vindt, blijkt uit onze onderzoeken keer op keer dat het toch een geringe invloed heeft op het algehele welbevinden van de medewerker."
Hoe kan een werkgever dan uiteindelijk het beste met beloning omgaan om te zorgen dat medewerkers zich gewaardeerd voelen? "Het klinkt simpel, maar normaal belonen is toch het beste", aldus Heezen. "De salarissen drastisch omhoog gooien kan geen enkele werkgever zich nu permitteren en uiteindelijk zet dit voor de medewerkers en de organisatie geen zoden aan de dijk. Kies in plaats daarvan voor een redelijke en marktconforme vergoeding. Een beloning die transparant wordt vastgesteld en persoonlijk wordt toegelicht. De salarissen van de medewerkers zou je bij wijze van spreken openlijk op een prikbord moeten kunnen hangen, zonder dat dit een golf van verontwaardiging bij je medewerkers veroorzaakt. Dan zijn de zaken namelijk in verhouding en ben je als werkgever goed bezig. Het onderscheid voor je medewerkers moet je als werkgever maken op andere zaken zoals werkzaamheden, arbeidsomstandigheden, ontwikkelingsmogelijkheden, collega's of werksfeer. Dat zorgt voor goed werkgeverschap. Een correcte beloning is een voorwaarde. Als die eenmaal eerlijk is vastgesteld, kun je je als organisatie richten op de zaken die écht het verschil maken voor de bevlogenheid van je medewerkers."

Voorwaarden voortijdig beëindigen deposito: Grote verschillen

De boetes die spaarders betalen als ze hun deposito voortijdig beëindigen, verschillen enorm tussen banken onderling. Dit constateert de financiële vergelijkingssite Geld.nl op basis van een eigen onderzoek. Het verschil tussen banken loopt bijna op tot 10 procent over het opgenomen bedrag. “Dit kan je bij een saldo van 10.000 euro al bijna duizend euro extra kosten. En dan zijn er ook nog banken waarbij je tussentijds helemaal niet kunt opnemen”, voegt Amanda Bulthuis van Geld.nl toe.
Spaarders die een deposito afsluiten, zetten hun geld vast voor een met de bank afgesproken periode. Willen ze het geld toch voortijdig opnemen of het deposito beëindigen, dan betalen ze in veel gevallen een boeterente. De verschillen in de boeterentes en de manier waarop ze berekend worden, maken het voor de consument onnodig complex, concludeert Geld.nl op basis van het eigen onderzoek.
Bij Argenta betaalt de spaarder over een tussentijdse opname bijvoorbeeld maximaal 1,5 procent opnamekosten. Bij ABN AMRO, BigBank en Triodos Bank  kan dit oplopen tot 10 procent of meer. Maar ook de manier waarop de banken de boeterentes berekenen, verschilt.
Delta Lloyd, OHRA, Knab en ING kijken naast de resterende looptijd naar het verschil tussen de rente waartegen de spaarder het deposito heeft afgesloten en het percentage dat je nu zou krijgen voor een deposito met een gelijkwaardige (resterende) looptijd. Door deze verschillende methodes, wordt vergelijken voor de spaarder lastig. Hij weet immers niet of de depositorente in de toekomst stijg of daalt en kan de kosten dus niet afzetten tegen die van banken die een vast percentage hanteren.
Bij enkele banken is het zelfs helemaal niet mogelijk om een deposito te beëindigen. Deze banken zijn AT Bank, Garantibank, NIBC Direct en Rabobank. De deposito’s van deze banken zijn alleen kosteloos opneembaar als rekeninghouder overlijdt. Bij Rabobank betaal je ook in dat geval soms nog een boeterente.
Omdat de voorwaarden voor het voortijdig beëindigen van een deposito zo ingewikkeld zijn en sterk uiteenlopen, is het extra belangrijk hier goed naar te kijken voor je een deposito afsluit, adviseert Bulthuis. “Natuurlijk kies je alleen voor een deposito als je zeker weet dat je het geld voor de afgesproken looptijd kunt missen. Maar als je het geld onverwacht toch nodig hebt, is het wel fijn om te weten of dit überhaupt kan en wat het je gaat kosten. Daarnaast is hier natuurlijk een taak weggelegd voor de banken om de voorwaarden transparanter te maken.”
De Autoriteit Financiële Markten (AFM), die toezicht houdt op de banken, heeft nog geen concrete mening over de uiteenlopende depositovoorwaarden. “We zijn bezig met een onderzoek naar de spaardeposito’s. De voorwaarden voor het voortijdig beëindigen zullen we hier ook in meenemen”, aldus een woordvoerder. De uitkomsten van het onderzoek verwacht de AFM binnen enkele maanden te presenteren.
Geldnl

maandag 28 april 2014

Delta Lloyd Groep kiest voor Wielsma Internationale Autoservice

Delta Lloyd Groep heeft een overeenkomst gesloten met Wielsma Internationale Autoservice voor de berging van vrachtauto’s, lading en getrokken materieel. De nieuwe samenwerking zorgt voor een kwalitatief betere en efficiëntere uitvoering van berging en repatriëring in binnenland en buitenland. Dit zorgt niet alleen voor een hogere klanttevredenheid, maar ook voor minder kosten en een lagere schadelast. De overeenkomst geldt voor de verzekeringslabels Delta Lloyd en ABN AMRO Verzekeringen.
Wielsma beschikt over een geavanceerde bergingsvloot, waaronder speciale diepladers en extra zware bergingskranen op haar bergingsvoertuigen. Daarnaast is de inzet van vervangende trekkers in de nieuwe overeenkomst opgenomen. Hierdoor is het in veel gevallen mogelijk dat de vervoerder alsnog de goederen op de juiste locatie en tijdstip kan leveren.
Verzekerden, tussenpersonen en volmachtkantoren maken inmiddels volop gebruik van deze dienstverlening via de alarmnummers van Delta Lloyd en ABN AMRO Verzekeringen. Klanten worden op de alarmcentrale 24 uur per dag 7 dagen per week geholpen in heel Europa.

Regering Aruba weerlegt berichtgeving over financiën

De regering van Aruba heeft verbaasd kennisgenomen van berichten in Nederlandse media dat de Tweede Kamerfractie van de VVD wil dat 'Nederlandse steun en het verstrekken van goedkope leningen door Nederland aan Aruba' wordt stopgezet. De regering van Aruba benadrukt dat er in het geheel geen sprake is van steun of het verstrekken van leningen (ook geen 'goedkope') van Nederland aan Aruba.
In een ver verleden (jaren tachtig) heeft Aruba geld geleend van Nederland. Deze leningen zijn destijds inclusief rente volledig afgelost. Aruba is sinds 1986 een autonoom land binnen het Koninkrijk en volledig verantwoordelijk voor de eigen financiële huishouding. Aruba heeft tot op de dag van vandaag zonder steun van Nederland zijn staatsleningen uitgezet op de internationale kapitaalmarkt tegen een op basis van internationale ratings marktconforme rente en is ook altijd zijn verplichtingen stipt en volledig nagekomen.

donderdag 17 april 2014

Voorzet verzekeraars voor houdbaar pensioenstelsel

Het pensioenstelsel moet ook in de toekomst deel blijven uitmaken van het arbeidsvoorwaardenpakket, maar er zijn nog forse aanpassingen nodig om het stelsel toekomstbestendig te maken en beter te laten aansluiten bij de behoeften van deelnemers. Met de introductie van meer onzekerheden vraagt de pensioendeelnemer terecht om meer keuzemogelijkheden. Werkgevers moeten de vrijheid krijgen om zelf te bepalen bij welke pensioenuitvoerder zij een regeling willen onderbrengen en de solidariteit tussen generaties is vanwege de toenemende mobiliteit en zogeheten ‘dubbele vergrijzing’ niet houdbaar.
Dat zijn enkele belangrijke elementen uit een toekomstvisie op het pensioenstelsel die het Verbond van Verzekeraars vandaag heeft gepresenteerd. Het document ‘Mee met de tijd, naar een toekomstbestendig pensioenstelsel’ is tot stand gekomen door een sterkte/zwakteanalyse te maken van het huidige stelsel en een analyse van ontwikkelingen rond maatschappelijke discussies die het stelsel steeds verder onder druk zetten. Aan de visie ligt ook een onderzoek naar de behoeften van consumenten ten grondslag. “Hiermee willen we een bijdrage leveren aan de maatschappelijke discussie die staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken beoogt en waarover het kabinet de Sociaal Economische Raad recent advies heeft gevraagd”, aldus algemeen directeur Richard Weurding.

Vijf thema's
In de visie op de doorontwikkeling van het pensioenstelsel wordt ingegaan op vijf maatschappelijke thema’s die beïnvloed worden door trends als de stijging van de levensverwachting, vergrijzing en een terugtrekkende overheid.
1.Solidariteit tussen generaties; Het Verbond denkt dat de eenzijdige intergenerationele subsidie tussen pensioendeelnemers niet houdbaar is. Deze moet op korte termijn voor deelnemers transparant worden gemaakt via de invoering van een ‘generatielabel’.
2.Een arbeidsmarkt die verandert; toenemende mobiliteit en zelfstandig ondernemerschap en veranderende wensen van deelnemers en werkgevers roepen de vraag op of het stelsel nog wel passend is. Het is van belang een balans te vinden tussen pensioen als financieel product en als arbeidsvoorwaarde.
3.Meer individualisering en flexibiliteit; deelnemers hebben behoefte aan keuzevrijheid – over de verzekerde risico’s en uitkering. Ook door de terugtrekkende overheid en de toename aan risico’s zal noodzaak tot meer individualisering ontstaan. Producten en diensten van pensioenuitvoerders zullen daarop afgestemd worden, waardoor deelnemers ook binnen de arbeidsvoorwaarden meer keuzemogelijkheden hebben.
4.Terugdringen complexiteit en creëren level playing field; verschillende soorten contracten, de toename aan regeldruk en verschillende regimes voor pensioenuitvoerders maken het stelsel complex. Vereenvoudiging zal de transparantie verhogen en de uitvoeringskosten verlagen. Vereenvoudiging en schaalgrootte zijn dan ook voorbeelden van belangrijke bouwstenen voor pensioenregelingen van de toekomst.
5.Combineren pensioen, zorg en wonen; Binnen pensioenregelingen zou daarvoor – in de uitkeringsfase – flexibiliteit kunnen ontstaan. Dat verdient nader onderzoek.

Consumentenonderzoek
TNS NIPO heeft in opdracht van het Verbond onderzoek gedaan naar de consumentenbehoeften ten aanzien van het pensioenstelsel. Dit zijn de highlights uit het onderzoek:
Draagvlak voor het huidige pensioenstelsel is laag.
Draagvlak voor een vorm van verplichte pensioenopbouw is groot.
Het merendeel van de werkenden wil meer keuzevrijheid.
Er is een relatie tussen wantrouwen en een behoefte aan keuzevrijheid.
De risicobereidheid is laag.
Keuze voor een flexibel pensioen is beperkt.
Draagvlak voor de verschillende vormen van solidariteit is vrij groot.

woensdag 16 april 2014

Belangrijke stap richting Europese Bankenunie

Dinsdag stemde het Europees Parlement in met de oprichting van een Europees mechanisme voor de afwikkeling van probleembanken en de richtlijn Depositogarantiestelsel. Hiermee zet het Europees Parlement een cruciale stap richting een volwaardige Europese Bankenunie. De Nederlandse Vereniging van Banken hecht veel belang aan de oprichting van een Europese Bankenunie omdat het onder meer de financiële stabiliteit bevordert en de link tussen staat en bank doorbreekt
Het SRM regelt op Europees niveau het proces om te bepalen of een bank in resolutie wordt geplaatst en welke stappen moeten worden gezet om de bank failliet te laten gaan. De Europese Centrale Bank (ECB) wordt als Europees toezichthouder hoofdverantwoordelijk voor het bepalen of een bank in resolutie wordt geplaatst. Een Europese resolutie-autoriteit wordt vervolgens verantwoordelijk voor het besluit over het stappenplan bij de afwikkeling van een bank.
Om zo snel en efficiënt mogelijk een besluit te kunnen nemen over dit stappenplan, vaak binnen een weekeinde, is een gestroomlijnde besluitvormingsprocedure afgesproken. Een Europees resolutiefonds zal in 8 jaar tijd moeten worden opgebouwd. In deze 8 jaar worden bijdragen van banken betaald aan nationale ‘potten’. Deze worden geleidelijk samengevoegd, zodat na 8 jaar één Europees fonds ontstaat. Na het eerste jaar wordt 40% van de bijdragen samengevoegd, na twee jaar bedraagt dit 60% van de bijdragen. De exacte bijdragen van de deelnemende banken aan het fonds  worden later dit jaar bepaald. Het SRM treedt per 1 januari 2015 in werking, de bepalingen rond bail-in per januari 2016.
Het BRRD harmoniseert de crisismanagement-aanpak binnen Europa. Zo geeft het dezelfde resolutiebevoegdheden aan alle Europese resolutie-autoriteiten. De richtlijn schrijft onder meer voor dat banken herstel- en afwikkelplannen moeten opstellen waardoor zij in een crisis op een manier kunnen worden afgewikkeld dat dit geen effect heeft op de financiële stabiliteit en de overheid niet (weer) hoeft bij te springen. Een van de belangrijkste instrumenten die een autoriteit hierbij tot zijn beschikking krijgt, is bail-in. Dit houdt in dat aandeelhouders van de bank en crediteuren (o.a. obligatiehouders) als eersten de verliezen bij een bank moeten opvangen om zo de solvabiliteit van de bank te versterken. Elke lidstaat dient in aanvulling hierop een nationaal resolutiefonds op te zetten. Banken die deel uitmaken van de Bankenunie storten de bijdrage in het Europese fonds.
Het fonds kan worden aangesproken nadat bail-in is toegepast op 8% van de totale aanspraken van een bank. Ook regelt de richtlijn strikte regels over hoe en wanneer publiek geld mag worden gebruikt om een bank te versterken, bijvoorbeeld bij zogeheten 'government stabilisation tools' of via een preventieve kapitaalsinjectie door de overheid. De richtlijn gaat in op 1 januari 2015 en geldt voor iedere bank in Europa. Bail-in regels treden per 1 januari 2016 in werking.
De richtlijn DGS geeft de garantie in heel Europa dat spaartegoeden tot 100.000 euro worden gedekt. Banken worden verplicht om vooraf nationale depositogarantiestelsels te financieren. Na tien jaar moet in het DGS-fonds een bedrag zitten van ten minste 0,8 procent van de totale gedekte spaartegoeden. Lidstaten mogen, na akkoord van de Europese Commissie, de grootte van het fonds terugbrengen naar 0,5% van de gedekte spaartegoeden als haar bancaire markt sterk is geconcentreerd.
De uitbetalingstermijn aan spaarders wordt in de komende tien jaar teruggebracht tot zeven werkdagen. Nu is dat nog twintig werkdagen. Verder worden banken verplicht informatie te verstrekken over het DGS op de bankafschriften. De richtlijn moet 12 maanden na inwerkingtreding door de lidstaten worden omgezet in nationale wetgeving.
Eerder werd al overeengekomen dat vanaf november dit jaar de 128 grootste banken in de Eurozone onder Europees toezicht (SSM) worden gesteld bij de Europese Centrale Bank. Hiermee ontstaat een uniforme cultuur en structuur van het banktoezicht in Europa. Dat maakt een gelijke behandeling van banken mogelijk en houdt tegelijkertijd de diversiteit in de Europese bancaire sector in stand.
De nationale toezichthouders blijven verantwoordelijk voor het toezicht op de overige banken. Om het Europese toezicht met een schone lei te beginnen worden de balansen van de 128 banken in de aankomende maanden doorgelicht, gevolgd door een Europese stresstest. Zowel DNB, ECB als banken werken op dit moment zeer hard aan deze doorlichting. Deze doorlichting draagt bij aan het herstel van vertrouwen van de financiële markten in de Europese banken.

dinsdag 15 april 2014

AFM positief over toekomstvisie NVB

Donderdag 10 april heeft de Nederlandse Vereniging van Banken haar toekomstvisie 'Toekomstgericht bankieren' gepubliceerd. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) is positief over de plannen die de banken daarin ontvouwen voor de toekomst.
Het is voor het herstel van vertrouwen in de banken cruciaal op de lange termijn dat banken het belang van de klant consequent centraal stellen en dit streven verankeren in hun organisatie én cultuur. Een bankierseed voor alle medewerkers en het daaraan gekoppelde tuchrecht kan daar aan bijdragen en is een belangrijke stap in de cultuurverandering in de sector.
Klanten willen hun financiële instelling eerlijk zien handelen, waar dan ook, met wie dan ook en met wiens informatie dan ook. Ze willen voelen dat hun belang gediend wordt met eerlijke producten en diensten.
De AFM juicht het daarom ook toe dat de sector echt het gesprek aan wil gaan met de maatschappij en iedereen de gelegenheid wil geven om te reageren op haar toekomstplannen. De maatschappelijke rol die de banken nadrukkelijk op zich nemen en die tot uiting komt in het maatschappelijk statuut en de code banken is hierbij van wezenlijk belang. De rol die zij willen nemen in het vergroten van het kennisniveau van consumenten geeft aan dat de banken hun taak serieus nemen.
De AFM neemt de uitnodiging van de NVB om te reageren op de plannen van harte aan. Wij gaan graag met de banken in gesprek over de verdere ontwikkeling van de toekomstige richting van de sector.

Rabobank renoveert ‘spiegelgebouw’ in Utrecht

De 30 jaar oude kantoorlocatie van Rabobank Nederland in Utrecht, beter bekend als het ‘spiegelgebouw’ wordt gerenoveerd. Rabobank heeft aan BAM Utiliteitsbouw, Strukton en Cofely opdracht gegeven om de revitalisatie van dit deel van het hoofdkantoor uit te voeren. De werkzaamheden zijn begin april van start gegaan. Het is de bedoeling dat het pand in februari 2016 geheel gerenoveerd is en weer 25 jaar mee kan.
Rabobank werkt volgens het concept van het ‘Nieuwe Werken”. Het noodzakelijke groot onderhoud aan het ‘spiegelgebouw’ wordt gecombineerd met het inrichten van het negen verdiepingen tellende pand voor het ‘Nieuwe Werken’. De gangen met afzonderlijke kantoorkamers maken plaats voor kantoorfaciliteiten variërend van concentratieplekken tot ontmoetingsplekken en van ruimtes voor vergaderingen tot ruimtes voor presentaties, workshops en ontwikkeling.
Na de revitalisering biedt het kantoor, dat ca. 29.500 m2 beslaat, ruimte voor twintig procentmeer medewerkers. Medewerkers, die nu nog elders in de stad gehuisvest zijn, zullen straks ook gebruikmaken van  de panden aan de Croeselaan. Deze centralisatie van huisvesting betekent een besparing op (huur)kosten voor andere locaties. Daarnaast bevordert het de samenwerking en efficiency.
De kenmerkende spiegelbeglazing van het kantoorpand zal door BAM in zijn geheel worden vervangen, zonder dat het huidige karakter van het gebouw verloren gaat. Het glas wordt vervangen door glas van gelijke kleur, waardoor het aanzicht van buitenaf niet verandert. De gebruikers van het pand zullen echter ervaren dat de inval van zon- en daglicht anders is en dat het nieuwe glas zorgt voor meer comfort en een aangenamer klimaat.
De Rabobank heeft gekozen voor BAM Utiliteitsbouw als hoofdaannemer en Strukton en Cofely als onderaannemers. BAM Utiliteitsbouw zal alle bouwkundige werkzaamheden verrichten. Strukton neemt het werktuigbouwkundige en elektrotechnische deel voor zijn rekening. Cofely verzorgt alles op het gebied van meet- en regeltechniek. BAM Utiliteitsbouw vervult de  coördinerende rol. Alle partijen hebben er vertrouwen in dat deze samenwerking leidt tot het beste resultaat.


maandag 14 april 2014

Contactloos betalen mogelijk voor ING klanten

Vanaf morgen, dinsdag 15 april, kunnen particuliere klanten van de ING contactloos betalen. Door de Betaalpas kort en dicht tegen de betaalautomaat aan te houden kunnen zij  gemakkelijk, snel en veilig betalen. Contactloos betalen is mogelijk met de vernieuwde Betaalpas waarvan de ING er sinds vorig jaar al ruim vier miljoen heeft uitgegeven. Zo heeft meer dan de helft van de klanten  van de ING inmiddels een pas in bezit die geschikt is voor contactloze betalingen.
Met contactloos betalen kunnen klanten razendsnel en gemakkelijk kleine bedragen afrekenen. Voor bedragen tot en met € 25 hoeft geen pincode te worden ingetoetst. De betaling wordt als een gewone pinbetaling verwerkt en direct van de betaalrekening afgeschreven. Arjan Bol, Directeur Betalen van de ING: “Onze proef in Leiden met contactloos betalen heeft vorig jaar aangetoond dat klanten heel tevreden zijn over deze gemakkelijke en snelle manier van betalen. Vanaf morgen maken we deze manier van betalen mogelijk voor onze particuliere klanten en kunnen zij zelf het gemak en de snelheid van contactloos betalen ervaren.”
Contactloos betalen is veilig. Bij aankopen boven € 25 vraagt de betaalautomaat altijd een pincode. Het maximale bedrag dat achter elkaar zonder pincode kan worden betaald is € 50. Als deze limiet bereikt is, dan vraagt de betaalautomaat automatisch om de pincode. Als de pas tussendoor wordt gebruikt om te pinnen dan wordt de stand weer op nul gezet.
In steeds meer winkels kan er contactloos betaald worden. In Nederland zijn er al ruim 30.000 betaalautomaten geschikt voor deze nieuwe manier van betalen.  Wereldwijd zijn er ruim 50 landen waar contactloos betalen mogelijk is, waarvan 34 landen in Europa. Op de betaalautomaat staat hetzelfde logo dat ook op de achterkant van de pas staat. Ondernemers die contactloos betalen mogelijk willen maken voor hun klanten, kunnen betaalautomaten verkrijgen via hun leverancier of eigen bank.
.

Aegon en BPVH bereiken akkoord over vermogen Optas pensioenen

Aegon en de Stichting Belangenbehartiging Pensioengerechtigden van de Vervoer- en Havenbedrijven (BPVH) hebben een akkoord bereikt over het beklemd vermogen van voormalig havenpensioenfonds Optas, sinds 2007 onderdeel van Aegon. Hiermee komt een eind aan een langdurig geschil tussen beide partijen.
Het akkoord voorziet erin dat Aegon en de Stichting BPVH gezamenlijk de rechter zullen verzoeken om opheffing van de beperkende voorwaarde die nu op een deel van het vermogen van Optas rust, het zogenoemde beklemd vermogen. Als de rechter hiermee akkoord gaat, ontstaat er financiële ruimte voor verbetering van de havenpensioenen.
Deze financiële ruimte bestaat onder meer uit een eenmalige betaling van Aegon aan de Stichting BPVH van 80 miljoen euro, een gunstig tarief voor pensioenpremies en een bijdrage van Aegon van maximaal 20 miljoen euro in de komende jaren ter compensatie van het verlies van pensioenopbouw als gevolg van mogelijke wetswijzigingen per 1 januari 2015.
Dit akkoord volgt op de regeling die de Stichting BPVH in 2010 sloot met de Stichting Optas, de voormalige eigenaar van pensioenverzekeraar Optas.

vrijdag 11 april 2014

Eigen risico reisverzekering misleidend

Het eigen risico dat bij veel reisverzekeringen voor bagage geldt, is misleidend, dat stelt Reisverzekering.nl. Vaak is een eigen risico per schadegebeurtenis van toepassing. Dat betekent dat bij elke gebeurtenis waardoor schade ontstaat aan bagage, eerst het bedrag van het eigen risico uit eigen portemonnee betaald moet worden. Veel mensen zijn zich hier niet bewust van, waarschuwt Reisverzekering.nl
Wanneer je fototoestel of dure zonnebril bijvoorbeeld wordt gestolen, dan kun je een vergoeding krijgen, mits je hiervoor verzekerd bent. Stel nou dat zo’n zonnebril 150 euro waard is. Wanneer deze gestolen wordt, betaal je bij sommige reisverzekeringen (per schadegebeurtenis) eerst een eigen risico van 100 euro, waardoor je dus nog maar een vergoeding van 50 euro overhoudt. Om een vergoeding te ontvangen van zo’n 50 euro voor je gestolen zonnebril, betaal je dus én de premie voor je reisverzekering én in dit geval een eigen risico van 100 euro.
Bij sommige reisverzekeringen kun je zelf de hoogte van het eigen risico bepalen. In principe geldt dan: hoe lager het eigen risico, hoe meer premie je betaalt. Wanneer je kiest voor geen eigen risico, betekent dat dat je bij een schadegebeurtenis gewoon de vergoeding krijgt uitgekeerd, zonder dat je eerst nog eigen risico betaalt. Je betaalt dan in verhouding wel meer premie voor je reisverzekering.
Op zich is een eigen risico bij een reisverzekering niet erg, als je je er maar bewust van bent. Sophie van der Zee van Reisverzekering.nl legt uit: “Wanneer je een reisverzekering neemt om duurdere bagage te verzekeren is het niet gek dat hiervoor een eigen risico geldt. Aan de andere kant moet je er rekening mee houden dat vaak per type bagage of apparatuur maximale vergoedingen gelden.” Zo bleek al eerder uit onderzoek dat veel reisverzekeringen bijvoorbeeld maar een vergoeding van zo’n 300 euro bieden voor smartphones. En dat terwijl een nieuwe smartphone al gauw 600 a 700 euro kost. Als je dan ook nog eens een eigen risico moet betalen, kom je bedrogen uit.
Een eigen risico is in principe van toepassing per schadegebeurtenis. Mocht je dus beroofd worden, waarbij je fototoestel, zonnebril en smartphone worden gestolen, dan geldt dit als één schadegebeurtenis en is dus eenmalig het eigen risico van toepassing. Let nog steeds wel op dat per type bagage of apparatuur een maximale vergoeding geldt. Gebeurt er tijdens je vakantie meerdere keren iets waardoor jouw bagage schade oploopt of kwijt raakt, dan betaal je per gebeurtenis eigen risico.

donderdag 10 april 2014

Financiële webwinkel hoyhoy.nl zet de markt 'op z'n kop'

Vandaag wordt de financiële webwinkel hoyhoy.nl gelanceerd. Op hoyhoy.nl kunnen bezoekers verzekeringen vergelijken en direct de voordeligste afsluiten om zo vanuit de luie stoel behoorlijk wat geld te verdienen.
Het idee dat het vergelijken en switchen van verzekering veel gedoe met zich meebrengt, weerhoudt de Nederlandse consument er nu nog van regelmatig van verzekering te wisselen. Daardoor betalen ze doorgaans te veel. "Met hoyhoy.nl willen wij mensen ervan bewust maken dat je veel geld kunt 'verdienen' door verzekeringen te vergelijken en maken wij de drempel om vervolgens ook daadwerkelijk actie te ondernemen zo laag mogelijk," aldus Erik Hordijk, directeur van hoyhoy.nl. In de campagne introduceert hoyhoy.nl Aart de Luiaard. Met Aart in de hoofdrol gaat hoyhoy.nl de wereld van het selecteren van een geschikte verzekering behoorlijk ondersteboven keren.
Dat mag letterlijk genomen worden. Luiaards leven immers ondersteboven, waardoor Aart de dingen vanuit een heel ander perspectief bekijkt. Vandaar ook dat er voor is gezorgd dat de merknaam en het logo ondersteboven nog prima te lezen zijn. Maar ook in figuurlijke zin wordt de wereld omgedraaid. Aart gaat de Nederlandse verzekeringsconsument duidelijk maken dat verzekeren niet moeilijk, complex of tijdrovend hoeft te zijn. Het kan ook makkelijk, snel en relaxed. Terwijl je ondertussen ook nog veel geld kunt verdienen. Dat is pas de wereld op zijn kop.
Voor de lancering van hoyhoy.nl werd een compleet nieuwe merknaam, logo en visuele identiteit ontwikkeld. Tevens werd ook de website geoptimaliseerd.

Industriegroep wil nieuw symbool voor Bitcoin

Het bekende symbool voor de Bitcoin zou weleens kunnen verdwijnen. Sinds de geboorte van de Bitcoin is een aantal symbolen en logo’s gebruikt, maar geen van hen is een unicode. Unicode is een internationale standaard voor de codering van binaire codes naar grafische tekens en symbolen, vergelijkbaar met de ASCII-standaard. De standaard voorziet alle tekens en symbolen van alle geschreven talen van een nummer.

woensdag 9 april 2014

Exact eerste leverancier met bankkoppeling ING

Exact Online is het eerste online boekhoudprogramma in Nederland waarvoor een bankkoppeling bestaat met ING. Deze nieuwe koppeling zorgt ervoor dat bij- en afschrijvingen op Mijn ING Zakelijk iedere dag automatisch online verwerkt worden in de boekhouding van ondernemers. Hierdoor is de administratie up-to-date en besparen ondernemers veel tijd en moeite, omdat handmatig importeren en exporteren van bankafschriften niet langer nodig is.
Naast het automatisch inlezen van bankgegevens, is het later mogelijk betaalopdrachten vanuit Exact Online naar Mijn ING Zakelijk te versturen waar ze worden klaargezet voor betaling. De enige handeling die dan nog vereist is, is het vrijgeven van de betalingen via het gebruikelijke proces. Hierdoor hebben zowel ondernemers als accountants altijd inzicht in de financiële situatie van de onderneming. De bankkoppeling met ING is per direct beschikbaar voor gebruikers van Exact Online. Na de eerste positieve testresultaten met Exact is ING ook voornemens om later dit jaar ook de koppeling met andere grote softwareleveranciers van online boekhouden te realiseren

dinsdag 8 april 2014

Meerderheid zelfstandigen bouwt geen pensioen op

Meer dan de helft van de zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) bouwt geen pensioen op. Dit blijkt uit een gezamenlijke enquête van het  ING Economisch Bureau en ZZP Barometer onder 1.050 zelfstandigen. De belangrijkste redenen hiervoor zijn hoge kosten en een gebrek aan voldoende financiële middelen. Een derde van de ondervraagde ondernemers verwacht in de toekomst onvoldoende pensioeninkomen te hebben.
Ondanks dat driekwart van de zelfstandigen zijn pensioen belangrijk vindt, bouwt een meerderheid geen pensioen op. Een groot deel van de ondervraagde zelfstandigen maakt zich vooralsnog geen zorgen over zijn pensioen. Slechts een derde verwacht in de toekomst onvoldoende pensioeninkomen te hebben.
De belangrijkste reden dat meer dan de helft van de zelfstandigen zonder personeel geen pensioen opbouwt zijn de hoge kosten die gepaard gaan met het participeren in een pensioenregeling. Daarnaast hebben veel zelfstandigen onvoldoende financiële middelen beschikbaar voor pensioenopbouw. Een derde reden is dat ondernemers al voldoende pensioen hebben opgebouwd. Dit kan in het verleden in loondienst zijn opgebouwd, de pensioenvoorziening in de huidige onderneming is inmiddels voldoende, of de partner heeft een goed pensioen.
Van de zelfstandigen die vrijwillig pensioen opbouwen, doet 42% dit via een lijfrenteregeling. Daarnaast zijn het in privé sparen en/of beleggen, pensioenopbouw via de oudedagsreserve en bank-sparen veel gebruikte pensioenvormen. Het gemiddelde bedrag dat vorig jaar werd gestort voor de pensioenregeling varieert van 500 euro tot meer dan 10.000 euro.

maandag 7 april 2014

AFM organiseert praktijkdagen bij financiële dienstverleners

In april en mei lopen toezichthouders van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) twee dagen mee met verschillende financiële dienstverleners. Door deze praktijkdagen willen wij ervaren hoe onze leidraden en andere toezichtacties landen in de dagelijkse praktijk, en het gesprek hierover aangaan. De financiële dienstverleners kunnen op hun beurt kritische vragen aan de AFM stellen. Zo willen we het wederzijdse begrip van elkaars werkzaamheden vergroten.
De AFM gaat al regelmatig op werkbezoek bij financiële dienstverleners, waarbij we gedurende enkele uren in gesprek gaan met elkaar. Tijdens de komende  praktijkdagen lopen we twee volledige werkdagen mee met de (advies)praktijk van de dienstverlener. We zullen zoveel mogelijk meekijken met de dagelijkse gang van zaken. De activiteiten zullen per onderneming verschillen.
De dienstverleners die zijn verzocht mee te werken, zijn enthousiast over deze praktijkdagen. Onder meer een aantal (grote en kleinere) advieskantoren, een dienstverlener die de zakelijke markt adviseert, een serviceprovider en een intermediaire aanbieder doen mee.
Wij hopen tijdens de praktijkdagen meer te weten te komen over onderwerpen die financiële dienstverleners in de dagelijkse praktijk tegenkomen, en zo ons toezicht efficiënt in kunnen richten. Na afronding van de praktijkperiode brengen wij de markt op de hoogte en schetsen wij een beeld van de onderwerpen die adviseurs en bemiddelaars bezighouden.

donderdag 3 april 2014

Nieuwe aanpak Agis helpt Amsterdammers uit de schulden

Agis en gemeente Amsterdam helpen 2.000 Amsterdamse verzekerden uit de schulden. Het gaat om verzekerden die een achterstand hebben met het betalen van hun zorgverzekeringspremie.
Normaal draagt Agis verzekerden met een betalingsachterstand van meer dan zes maanden over aan het College voor Zorgverzekeringen. Dan betaalt de verzekerde ook een maandelijkse boete. Dit is in de wet vastgelegd in de zogenaamde ‘wanbetalersregeling’.
In de nieuwe aanpak neemt gemeente Amsterdam deze taak op zich. Zij gebruiken het boetebedrag om de betalingsachterstand mee af te lossen. Mensen met een betalingsachterstand krijgen een basisverzekering en weer een aanvullende verzekering. Daarvoor betalen zij premie aan de gemeente én een bedrag van 35 euro voor het aflossen van de achterstand. De Amsterdammers moeten de regeling drie jaar volhouden. Daarna wordt de restschuld kwijtgescholden.
Cristian Kamphuis van Agis gaf 27 maart een toelichting in het NOS-journaal: "Wij zijn continu op zoek naar manieren om te voorkomen dat mensen in de wanbetalersregeling terechtkomen. En daarnaast proberen wij mensen die er eenmaal in zitten, er weer uit te halen. Vorig jaar hebben we deze methode succesvol uitgeprobeerd bij 300 verzekerden. Nu gaan we het toepassen op bijna alle uitkeringsgerechtigden in Amsterdam die verzekerd zijn bij Agis."
Volgens Kamphuis is het een win-winsituatie: "Klanten met een betalingsachterstand zijn goed verzekerd en werken aan een schuldenvrije toekomst. Wij ontvangen zorgpremie en alsnog een aanzienlijk deel van de opgebouwde schuld."