maandag 30 juni 2014

Olga Zoutendijk commissaris bij ABN

Olga Zoutendijk wordt met ingang lid van de Raad van Commissarissen van ABN AMRO Group N.V. en ABN AMRO Bank N.V. voor een termijn van vier jaar. Zoutendijk heeft ruim 25 jaar ervaring in het internationale bankwezen. In haar vorige functie bekleedde zij bij Standard Chartered Bank de rol van Group Head of Wholesale Banking,Asia. Tevens was zij lid van de Global Executive Committee van de Wholesale Bank.

Daarvoor was Zoutendijk werkzaam bij Westpac Banking Corporation en ABN AMRO Bank N.V., alwaar zij diverse senior-beleidsfuncties vervulde in corporate- en investmentbanking en in retail-banking, in Azië, Australië, Europa en in de Verenigde Staten.

donderdag 26 juni 2014

Nieuw kompas voor ondernemer met financieringsvraag

Minister Kamp van Economische Zaken heeft  de nieuwe financieringswijzer voor het midden- en kleinbedrijf gelanceerd. De financieringswijzer maakt onderdeel uit van de vernieuwde Ondernemerskredietdesk (OKD) die MKB-Nederland, VNO-NCW en de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) samen hebben ontwikkeld en die wordt ondersteund door het ministerie van Economische Zaken.

Door het invullen van deze wijzer kan de ondernemer zijn financieringsbehoefte in kaart brengen en wordt hij of zij gericht op weg geholpen naar aanbieders van passende financieringsvormen. Met behulp van checklists kan de ondernemer zich goed voorbereiden op een financieringsaanvraag. Ook is een meldpunt ingericht voor ondernemers die knelpunten ervaren bij de financiering van hun onderneming.

Minister Kamp van Economische Zaken zegt hierover: “Nu de economie aantrekt, zoeken ondernemers financiering voor hun groeiplannen. Omdat dit via traditionele manieren dikwijls niet lukt, zoeken ondernemers ook naar alternatieve financieringsvormen. Het kabinet ondersteunt dit en faciliteert ondernemers bij het aantrekken ervan. Betrouwbare en toegankelijke informatie voor ondernemers is daarvoor cruciaal. De OKD als privaat initiatief en de financieringsdesk van het digitale ondernemersplein als publiek initiatief voorzien gezamenlijk in deze behoefte. Samen stellen zij ondernemers in staat te groeien en dragen zo bij aan werkgelegenheid en economische groei in Nederland.”

Benelux-landen ondernemen actie tegen grootschalige acquisitiefraude

De drie landen van de Benelux zijn gestart met acties in de strijd tegen acquisitiefraude. Jaarlijks lijden ondernemers meer dan 1 miljard euro schade als gevolg van spooknota’s, valse facturen, piraterij met bankgegevens en acquisitie- of advertentiefraude. Hoewel het bedrag per ondernemer meestal gering is, is de totale fraudesom erg groot. Om dit toenemend probleem grondig aan te pakken, start de Benelux met nieuwe acties zoals een early warning system. De Benelux neemt ook met dit thema het voortouw binnen de Europese Unie.

Uit onderzoek van het Secretariaat-Generaal van de Benelux blijkt dat 80 procent van de ondervraagde ondernemers een viertal keer per jaar te maken krijgt met pogingen tot oplichting via valse facturen, malafide claims met bedrijven- en reclamegidsen en phishing-praktijken. Van de ondernemers ondertekende 22 procent een contract en 12 procent betaalde één of meer facturen. In de ganse Benelux-regio wordt de economische schade op 800 miljoen tot 1 miljard euro geschat. De schade is echter niet alleen financieel. Ondernemers verliezen veel tijd, gaan elkaar wantrouwen, en durven niet makkelijk toegeven het slachtoffer te zijn van zulke praktijken. Slechts 12 procent doet een aangifte. Het merendeel van de oplichtingspogingen (46%) is grensoverschrijdend. Daarbij zijn Belgische bedrijven vaker (24%) doelwit van Nederlandse fraudeurs en Luxemburgse bedrijven het slachtoffer van Belgische oplichters.

De Benelux-landen ondernemen nu gezamenlijk actie met een early warning system  waarmee acquisitiefraude over de grenzen heen gemeld kan worden. Zo zullen de nationale contactpunten, waar klachten van ondernemers binnenkomen, razendsnel informatie uitwisselen over opduikende vormen van fraude. Deze informatie kan ook via een Benelux-platform verspreid worden naar bedrijfsleiders in de hele Benelux. Daarnaast komen er ook preventieve maatregelen op Benelux-niveau. Gedacht wordt aan gezamenlijke campagnes om ondernemers bewust te maken van deze frauduleuze praktijken en hen duidelijk te maken welke stappen ze kunnen ondernemen. Ook zal er worden samengewerkt met de financiële inlichtingeneenheden van de Benelux-landen om de grensoverschrijdende oplichterij in kaart te brengen. Verder zal bijkomend onderzoek verricht worden om de bestemming van geldstromen uit misleidende handelspraktijken in het criminele circuit te achterhalen.

De Nederlandse minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten, de Belgische Staatssecretaris voor Fraudebestrijding,  John Crombez en de ambassadeur van het Groothertogdom Luxemburg in Nederland, Pierre-Louis Lorenz, ondertekenden  als Benelux-Comité van Ministers vandaag een intentieverklaring  om deze frauduleuze en misleidende praktijken een halt toe te roepen en tot actie over te gaan. Hierbij is nauw samengewerkt met de ondernemersorganisaties  UNIZO en MKB Nederland die de alarmbel luiden bij de Benelux-landen.  De drie Benelux-landen lopen met dit initiatief vooruit op de Europese ontwikkelingen om deze grensoverschrijdende oplichterij te stoppen. Bij EU-besprekingen over dit onderwerp zullen ze gemeenschappelijke standpunten nastreven.

woensdag 25 juni 2014

ABN AMRO Lease breidt activiteiten uit naar Verenigd Koninkrijk

ABN AMRO Lease heeft een vestiging geopend in het Verenigd Koninkrijk. Hiermee is een belangrijke stap gezet in de uitbreiding van de internationale lease-activiteiten in noordwest Europa.

De Britse vestiging van ABN AMRO Lease N.V., krijgt een hoofdkantoor in Londen. In eerste instantie wordt de dienstverlening gericht op midkap en grotere MKB-ondernemingen, waarbij de activiteiten worden toegespitst op het financieren van industriële bedrijfsmiddelen, machines en transportmiddelen in de sectoren bouw, industrie en transport & logistiek.

De activiteiten in het Verenigd Koninkrijk komen onder leiding te staan van Managing Director George Ashworth. Voorheen was hij hoofd Asset Finance bij Aldermore Bank plc en voorzitter van de afdeling Asset Finance van de Britse Finance & Leasing Association.

Met recent aangenomen, ervaren lease-professionals staat er een sterk team dat via diverse kanalen de markt gaat bedienen. In eerste instantie vindt klantbenadering plaats via bestaande relaties met brokers, het netwerk van ABN AMRO en directe contacten. Overige kanalen naar de markt zullen worden uitgebreid naarmate de capaciteit wordt uitgebreid.

Over de uitbreiding zegt George Ashworth: “ABN AMRO is al meer dan 150 jaar aanwezig in het
Verenigd Koninkrijk en het is ook aan deze kant van het kanaal een erkend merk. Met de lancering van de lease-activiteiten krijgt de markt voor financiering van het Britse MKB een zeer gewenste aanvulling. We kijken er naar uit om met onze sterke balanspositie, een variëteit aan producten en een krachtig merk, de komende maanden en jaren veel Britse ondernemingen als klant te mogen verwelkomen.”

ABN AMRO Lease is in Europa een vooraanstaande speler op het gebied van leasing. Vanuit het hoofdkantoor in Utrecht bedient de organisatie met ongeveer 200 medewerkers de markt in Nederland en over de grens in Duitsland en België. De totale portefeuille bedraagt EUR 3,2 miljard. Voor meer informatie over de activiteiten van ABN AMRO Lease in het Verenigd Koninkrijk kunt u terecht op abnamrolease.co.uk

dinsdag 24 juni 2014

Award beste langetermijnbelegging opnieuw naar SPF en SPOV

Donderdag 19 juni hebben het Spoorwegpensioenfonds (SPF), Stichting Pensioenfonds Openbaar Vervoer (SPOV) en Zwitserleven bij de uitreiking van de FD/IPN Awards de prijs voor de beste langetermijnbelegging in ontvangst genomen. De prijs werd toegekend voor de investering van de pensioenfondsen en de verzekeraar in het SNS FMO Small Medium Enterprises Fonds (SME-fonds). Het SME-fonds is erop gericht om de toegang tot kredietverlening van het midden- en klein bedrijf (mkb) in ontwikkelingslanden te vergroten.

De mogelijkheden voor het midden- en kleinbedrijf om geld te lenen zijn in de meeste ontwikkelingslanden beperkt. Om de kredietverlening aan het mkb te vergroten, verschaft het SME-fonds leningen aan financiële instellingen. De financiële instellingen geven vervolgens met de verkregen financiering leningen aan het mkb.

De fondsmanager van het SME-fonds is SNS Impact Investing. De investeringsmanager is de Nederlandse Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO). In het SME-fonds nemen Nederlandse pensioenfondsen en verzekeraars deel. Op dit moment is de omvang van het totale fonds Euro 100 miljoen. Het Spoorwegpensioenfonds en Stichting Pensioenfonds Openbaar Vervoer participeren met respectievelijk Euro 25 en Euro 5 miljoen en hebben daarmee als corner stone investors een belangrijke rol gespeeld om het fonds van de grond te krijgen.

De FD/IPN Awards is een gezamenlijk initiatief van het Financieele Dagblad en het pensioenvakblad IPNederland, waarmee ze de aandacht willen vestigen op baanbrekend werk in de pensioensector. Het SME-fonds werd door een vakjury geselecteerd uit ruim dertig inzendingen van institutionele beleggers in Nederland. Vorig jaar wonnen SPF en SPOV met de Strategische aandelenportefeuille (SAP) eveneens deze prijs.

maandag 23 juni 2014

Oproep Delta Lloyd aan politiek: Biedt meer flexibiliteit voor beschikbare premieregelingen

De wereld is constant in beweging, maar de pensioenmogelijkheden veranderen nauwelijks. Veel werknemers hebben behoefte aan zekerheid; veel werkgevers hebben behoefte aan een voorspelbare pensioenpremie. Delta Lloyd biedt een pensioenregeling op basis van beschikbare premie met volledige keuzevrijheid voor de werknemer voor een beleggings- en/of voor een gegarandeerd pensioen. Gezien de huidige ontwikkelingen is het wenselijk dat de politiek het mogelijk maakt om voor beschikbare premieregelingen standaard meer premie in te kunnen leggen en ook na de pensioendatum te kunnen beleggen. Hierdoor past deze pensioenregeling beter in de huidige tijd.

Diederik Schouten, directeur Delta Lloyd Leven, “47% van de werknemers met een pensioenregeling bij een verzekeraar heeft een beschikbare premieregeling . Wij vinden dat de politiek meer flexibiliteit moet bieden voor beschikbare premieregelingen. In de huidige regelgeving wordt op pensioendatum het volledige kapitaal omgezet in een direct ingaand pensioen. We zien graag dat het mogelijk wordt om ook na de pensioeningang een deel van het kapitaal te kunnen beleggen. Hierdoor komt er uitzicht op meer beleggingsrendement en dat kan voor de werknemer een hogere pensioenuitkering betekenen.

Daarnaast is het wenselijk dat werknemers en werkgevers fiscaal de mogelijkheid krijgen om standaard meer premie in te leggen in een beschikbare premieregeling. Dit is nu wel mogelijk voor een pensioenregeling op basis van middelloon. Bij de vaststelling van de premie van een middelloonregeling wordt namelijk rekening gehouden met de huidige lage rentestand. Als dit ook mogelijk wordt voor beschikbare premieregelingen kan de werknemer meer kapitaal opbouwen en is er meer ruimte voor eventuele indexatie. Werknemers en werkgevers krijgen hierdoor een pensioenregeling die nog beter aansluit bij hun wensen en behoeften.”

Het vernieuwde Persoonlijk Pensioen Plan biedt werkgevers een voorspelbare pensioenpremie. Daarnaast worden werkgevers niet geconfronteerd met onverwachte lasten, ook niet bij waardeoverdracht. Werknemers kunnen hun pensioenpremie en/of de beleggingswaarde helemaal of gedeeltelijk omzetten in gegarandeerd pensioen. Door ondersteuning met het portaal Pensioen Services Online en de pensioenplanner krijgen werknemers vooraf inzicht in de financiële gevolgen van hun keuzes. Daarnaast zijn er uitlegvideo’s beschikbaar over gegarandeerd pensioen, beleggen en risico’s.

zaterdag 21 juni 2014

Janet Yellen geeft weer een impuls aan de beurzen

De internationale financiële markten kenden een uitgesproken positieve week. Weliswaar werden er geen bedrijfsresultaten gepubliceerd maar er gebeurde toch voldoende om de beurzen te steunen, zowel op macro-economisch gebied, als op het terrein van het bedrijfsnieuws. De stemming werd vooral bepaald door de verklaringen na afloop van de vergadering van het Federal Open Market Committee. Voorzitter Janet Yellen gaf aan dat er geen zorgen hoeven te zijn over de inflatievooruitzichten ondanks de stijging van de kerninflatie in mei tot 2% (vergeleken met 1,8% in april). Wel is ze verrast over de recente snelle daling van de werkloosheid, maar ze houdt er rekening mee dat er bij verder economisch herstel ontmoedigde werknemers (die niet meer als werkloze geregistreerd zijn) weer op de arbeidsmarkt zullen terugkeren. Dat zou de daling van de werkloosheid vertragen.

vrijdag 20 juni 2014

Hoe ABN AMRO klantgegevens gebruikt

In een artikel van de Correspondent wordt gesproken over een aanbieding van ABN AMRO aan klanten die net een kindje hebben gekregen. In het artikel wordt de link gelegd met eerdere publiciteit over het gebruik van klantgegevens door banken. ABN AMRO ontkent dat: de bank benadrukt dat de bank geen klantgegevens verstrekt of verkoopt aan derden. Ook doet de bank geen analyses op basis van betaalgedrag van klanten om die vervolgens te gebruiken voor commerciële aanbiedingen van derden.

Het gaat hier om een aanbieding van ABN AMRO aan haar klanten. De aanbieding is een kadobon van in dit geval Prénatal als de klant een spaarrekening opent. ABN AMRO hoopt de klant hiermee een relevant en aantrekkelijk aanbod te doen. Klanten kunnen het aangeven dat zij geen aanbiedingen meer willen ontvangen. ABN AMRO zal hier dan direct mee stoppen.

'Financiële bijsluiters banksparen onduidelijk'

De verplichte financiële bijsluiters bij uitkerende bankspaarproducten zijn zo summier dat je er als consument nauwelijks iets aan hebt. Dat stelt vergelijkingssite Sparen.nl op basis van een eigen onderzoek. “Wij hebben de bijsluiters van 10 banken bekeken en geen enkele partij vermeldt hierin met welke kosten de consument precies te maken krijgt”, licht Teun van Mullekom van Sparen.nl toe. “Daarnaast geven de banken wel een indicatie van de opbrengst, maar het is totaal onduidelijk waar dit op gebaseerd is.”

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) verplicht aanbieders van complexe financiële producten, zoals bankspaarrekeningen, om een financiële bijsluiter te verstrekken. Hierin staat informatie over rendementen, risico’s en kosten met als doel de consument een verantwoorde keuze te laten maken bij de aanschaf. Volgens Van Mullekom schiet bij de bijsluiters voor uitkerende bankspaarproducten vooral de informatie over kosten en opbrengst te kort. “Hierdoor kun je als consument juist geen goede keuze maken puur op basis van de bijsluiters.”

Zo staat in het onderdeel kosten van de bijsluiters voor uitkerende bankspaarproducten alleen vermeld dat deze verwerkt zijn in de uitkering. Maar om welke kosten het gaat en hoe hoog die zijn, wordt niet gemeld. Kosten die vaak komen kijken bij een uitkerende bankspaarrekening zijn bijvoorbeeld afsluit- en advieskosten en een vast bedrag per uitkering.

Daarnaast geven alle banken aan hoeveel je maandelijks krijgt uitgekeerd als je 20.000 euro inlegt op de uitkerende bankspaarrekening. In dit onderdeel wordt slechts één bedrag genoemd, maar het is totaal niet duidelijk hoe dit bedrag wordt berekend.

ABN AMRO en Rabobank geven aan dat de banken zelf nauwelijks invloed hebben op de inhoud van de financiële bijsluiter. “De AFM heeft een generator waarin wij enkele gegevens invullen over ons product. Vervolgens rolt hier een gestandaardiseerde bijsluiter uit”, aldus de woordvoerder van ABN AMRO.

De AFM stelt dat de financiële bijsluiters voldoen aan de voorschriften. “We nemen bewust geen individuele kosten hierin mee, zodat consumenten de producten beter kunnen vergelijken”, meldt de woordvoerder.

Van Mullekom betwist dit. “De kosten bij de uitkerende bankspaarrekeningen zijn veelal niet individueel, maar juist voor elke klant gelijk, zoals het bedrag dat je betaalt per uitkering. Deze kosten zijn dus heel goed inzichtelijk te maken door ze te vermelden in de bijsluiters. Door dit te doen kunnen consumenten de producten juist veel beter met elkaar vergelijken dan nu het geval is.”

Om echt een goede vergelijking te maken, raadt Van Mullekom aan altijd zelf of via een financieel adviseur na te gaan wat de kosten bij verschillende banken zijn en bij welke aanbieder je uiteindelijk de hoogste uitkering krijgt voor het bedrag dat je inlegt. “Alleen zo krijg je echt een goed beeld van de kosten en de opbrengst.”

woensdag 18 juni 2014

Verzekeraars maken start met financiering MKB

Een groep van negen verzekeraars investeert via ABN AMRO in kredietverlening aan het midden- en kleinbedrijf (MKB). De betrokken partijen presenteren vandaag een nieuwe samenwerking, waarmee een brug wordt geslagen tussen het beschikbare beleggingsvermogen bij verzekeraars en de vraag naar krediet vanuit het MKB. ABN AMRO speelt een verbindende rol door de kredietverstrekking en het risicomanagement te verzorgen.

De negen verzekeraars Achmea, Aegon, a.s.r., Delta Lloyd, Generali, De Goudse, Nationale-Nederlanden, SNS REAAL en VvAA, steken – onder coördinatie van het Verbond van Verzekeraars – samen met ABN AMRO in totaal 280 miljoen euro in de samenwerking MKB Financiering. De verzekeraars en ABN AMRO zijn elk goed voor de helft van dit bedrag. In de samenwerking wordt het risico en het rendement op de nieuwe MKB-leningen ook fifty-fifty verdeeld tussen ABN AMRO en de verzekeraars.

De partijen mikken met de financiering op het kleinere MKB. De kredieten bedragen maximaal één miljoen euro en hebben een looptijd van maximaal zeven jaar. Voor met name kleine en middelgrote ondernemingen is krediet via de bank vaak de enige mogelijke vorm van financiering.

Voor de verzekeringssector is de samenwerking een concrete mogelijkheid om te investeren in het MKB in Nederland, een categorie die nog nauwelijks toegankelijk is voor verzekeraars. De samenwerking is een resultaat van het position paper ‘Investeren in Nederland’, dat het Verbond vorig jaar heeft uitgebracht. Voor ABN AMRO zijn de beschikbare gelden een nieuwe bron van kapitaal en funding. Voor de MKB-klanten verandert aan de voorkant niets: het loket voor hun financiering blijft ABN AMRO.

De partijen presenteerden de nieuwe samenwerking op het jaarlijkse event van het Verbond over de rol van verzekeraars in een veranderende wereld. Naar verwachting zal op korte termijn worden gestart  met de gezamenlijke financiering van het MKB. De samenwerking MKB Financiering is daarmee één van de eerste gezamenlijke financieringsinitiatieven richting MKB dat, na bekendmaking van tal van plannen, ook daadwerkelijk van start gaat.

Nederlandse verzekeraars beleggen al ruim zestig procent van hun vermogen in de Nederlandse economie. Door middel van deze samenwerking investeren ze in kredietverstrekking aan veelbelovende bedrijven die de financiering goed kunnen gebruiken. Eerder al investeerden de negen verzekeraars dertig miljoen euro in Qredits, dat kleine kredieten (tot 150.000 euro) verstrekt aan het klein-MKB. De kredietvraag zal naar verwachting stijgen door de aantrekkende economie.

dinsdag 17 juni 2014

ING Bank biedt NL20 Index Sprinters

ING Bank is begonnen met het aanbieden van NL20 Index Sprinters. De Sprinters zijn vanaf vandaag verhandelbaar en bieden de mogelijkheid met een hefboom te profiteren van een koersstijging of een koersdaling van de NL20 Index.

De NL20 Index is een nieuwe puur Nederlandse index bestaande uit de 20 grootste beursgenoteerde Nederlandse bedrijven die Nederlands ondernemerschap vertegenwoordigen.

De NL20 Index bestaat uit de twintig grootste in Nederland genoteerde bedrijven, gemeten naar markt kapitalisatie en gecorrigeerd voor de hoeveelheid vrij verhandelbare aandelen (free float). Met één herwegingsmoment per jaar en het herinvesteren van dividenden is de NL20 Index een voorspelbare en efficiënte benchmark voor particuliere en institutionele beleggers.

De NL20 Index is een initiatief van TOM (The Order Machine) en is ontwikkeld in samenwerking met NASDAQ OMX, een van 's werelds grootste ontwikkelaars van indices. De real time markt data is beschikbaar via de NL20 Index website (www.NL20index.nl

Consumenten beter informeren over kosten van rood staan

Consumenten moeten beter worden voorgelicht door banken over de kosten die zij jaarlijks maken voor hun betaalrekening, waaronder de kosten voor rood staan. Deze aanbeveling doet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) op basis van het onderzoek ‘Rood staan op particuliere betaalrekeningen’ dat CEG voor ACM heeft uitgevoerd. Hierin is onderzocht of consumenten die rood staan schade ondervinden van onvoldoende concurrentie tussen banken.

Het rentepercentage voor rood staan is een onderdeel van de betaalrekening. Het onderzoek bekijkt of banken marktmacht hebben en te hoge rentes en kosten kunnen rekenen voor rood staan op particuliere betaalrekeningen. Dat blijkt niet het geval. Consumenten betalen in vergelijking met het buitenland relatief weinig voor hun betaalrekening waaronder de dienst rood staan. Bovendien ondervinden banken concurrentie van de vele aanbieders van consumptief krediet, dat gezien wordt als alternatief voor rood staan.

ACM vindt het niet nodig om de bestaande regels voor de maximumtarieven voor rood staan verder aan te scherpen. Dit kan namelijk zelfs ongewenste effecten hebben. Zo kan verlaging van de maximale rente op rood staan ertoe leiden dat banken consumenten die vaak rood staan uitsluiten. Die consumenten vinden dan mogelijk hun weg in ongewenste en nog duurdere alternatieven. Daarnaast kan verlaging van de maximale rente op rood staan ertoe leiden dat consumenten meer gaan betalen voor andere onderdelen van het betaalpakket.

ACM ziet mogelijkheden voor meer bescherming van consumenten die vaak rood staan. ACM vindt dat banken consumenten beter moeten informeren over de totale kosten die zij jaarlijks maken voor hun betaalpakket waaronder de kosten van rood staan. Hierdoor neemt het kostenbewustzijn van deze consumenten toe en worden zij minder kwetsbaar voor financiële tegenvallers. De Autoriteit Financiële Markten heeft al enige tijd aandacht voor rood staan en kan ook deze aanbeveling meenemen bij haar beleid.

maandag 16 juni 2014

InShared: noviteit met volledig digitale schadeafhandeling

InShared gaat als eerste verzekeraar in de wereld alle eenvoudige schadeclaims van begin tot einde digitaal afhandelen. Het gaat om circa 60 procent van de gevallen. Met deze stap gaat de online schadeverzekeraar het schadeafhandelingsproces voor verzekerden sneller, makkelijker en volledig transparant maken. De online schadehulp maakt hiermee een eind aan de ergernissen van consumenten bij het indienen van schadeclaims. Daarnaast verwacht de organisatie met deze digitaliseringslag aanzienlijk te kunnen besparen op de schadekosten wat uiteindelijk ten goede komt aan haar verzekerden.

Hoewel het online of mobiel melden van schades inmiddels bij verschillende verzekeraars mogelijk is, is de afhandeling achter de schermen nog altijd mensenwerk. In zowel binnen- als buitenland. Onnodig, aldus de directie van InShared. Het gros van de schadegevallen zijn namelijk eenvoudig van aard, waardoor afhandeling volledig te automatiseren is. Dit komt het gebruikersgemak en de transparantie ten goede. Bij de meer complexere schades blijft menselijke begeleiding en ondersteuning van toepassing.

In ruim een jaar tijd ontwikkelde de schadeverzekeraar in eigen beheer een systeem, waarbinnen het volledige schadeafhandelingsproces online doorlopen wordt. In een eigen online schademap kunnen verzekerden alle informatie terugvinden. Van het indienen van de claim tot alle correspondentie met betrokken partijen. Door middel van een tracking en tracing systeem kunnen klanten van InShared alle stappen in het proces bovendien zelf op de voet volgen.

Beleggingsadviezen gebaseerd op technische analyse hebben geen voorspellende waarde

Beleggers worden dagelijks geconfronteerd met beleggingsadviezen om aandelen te kopen, vast te houden of te verkopen. Zij doen er verstandig aan om aanbevelingen naast zich neer te leggen wanneer deze alleen zijn gebaseerd op technische analyse. Gemiddeld gezien zeggen deze adviezen niets over de toekomstige aandelenkoers. Fundamentele beleggingsadviezen zijn wél relevant. Zo stelt Dirk Gerritsen die op 13 juni promoveert aan de Universiteit Utrecht.
Technisch analisten doen op basis van onder andere aandelenkoersen uit het recente verleden uitspraken over het mogelijke toekomstige koersverloop van aandelen. Uit het onderzoek van Dirk Gerritsen blijkt dat de voorspellingen van deze analisten gebaseerd zijn op trends in de koers van aandelen. Koopadviezen worden voorafgegaan door een koersstijging in de week voor afgifte van het advies, terwijl verkoopadviezen voorafgegaan worden door een koersdaling.

Echter, in zijn onderzoek toont Gerritsen aan dat er geen bijzondere koersbewegingen meer plaatsvinden ná publicatie van een advies. Het advies heeft dus geen voorspellende waarde voor de koers van het aandeel.

Fundamentele aandelenadviezen zijn doorgaans gebaseerd op de waardering van een bedrijf door een analist. De waardering wordt door deze analist vergeleken met de huidige beurskoers waarna een koop-, houd-, of verkoopadvies wordt afgegeven. “Het koersrendement van aandelen na de publicatie van deze beleggingsadviezen ligt in lijn met het gegeven advies”, aldus Dirk Gerritsen. Dit betekent dat de aandelenkoers stijgt na een koopadvies, en daalt na een verkoopadvies.

Verder blijkt uit onderzoek naar adviesveranderingen dat de koers gewoonlijk stijgt na adviesverhogingen en daalt na adviesverlagingen. Dit geldt zowel op de dag van de afgifte van het advies als de dag erna. Het feit dat er ook rendementen waarneembaar zijn ná de publicatie van het advies geeft aan dat dit type adviezen meerwaarde heeft voor beleggers.

Fundamenteel analisten publiceren gewoonlijk ook een koersdoel. Dit is een inschatting van het koersniveau van het aandeel twaalf maanden na het advies. Het promotieonderzoek van Gerritsen toont een positief verband aan tussen het voorspelde rendement en de overnamepremie die betaald wordt bij een bedrijfsovername.

Aangekondigde overnames waarbij het overnamebod lager is dan het gemiddelde koersdoel blijken vaker niet door te gaan dan geplande overnames waarbij het bod het koersdoel overstijgt. Hieruit blijkt dat, naast de fundamentele aandelenadviezen, ook de afgegeven koersdoelen van fundamenteel aandelenanalisten relevante beleggingsinformatie bevat.

vrijdag 13 juni 2014

ACM doet aanbevelingen om concurrentie in de bankensector te vergroten

Zorg voor minder en eenvoudigere regels voor banken. Evalueer het vergunningsstelsel voor banken en maak het makkelijker voor consumenten om over te stappen. Dat is een greep uit de negen aanbevelingen die de Autoriteit Consument & Markt (ACM) doet aan de minister van Financiën en het kabinet in een studie naar toetredingsdrempels tot de Nederlandse bankensector. Toetreding van nieuwe banken, of de dreiging daarvan, zorgt voor meer concurrentie. Dit is belangrijk omdat de concurrentie in de bankensector sinds de financiële crisis is verslechterd. Meer concurrentie leidt tot lagere prijzen, betere dienstverlening en meer keuze voor bedrijven en consumenten.

In de bankensector is regelgeving en toezicht voor alle banken – groot of klein – grotendeels hetzelfde. Terwijl een faillissement van een kleine bank minder schadelijk is voor de economie dan van een grote bank. Toetreders worden daardoor onnodig zwaar belast. Recente initiatieven van De Nederlandsche Bank (DNB) waarbij ze meer rekening houdt met de mogelijke schade zijn een stap in de goede richting. Henk Don, bestuurslid van ACM: “Wij pleiten voor meer maatwerk bij regelgeving en toezicht. Initiatieven zoals kredietunies komen tot nu toe nauwelijks van de grond omdat zij aan onevenredig zware regels moeten voldoen.”

Regels voor banken zijn omvangrijk en complex geworden. Dit maakt het voor nieuwe banken minder aantrekkelijk om toe te treden. ACM adviseert daarom bestaande regels, waar mogelijk, te verminderen of vereenvoudigen. Verschillende partijen in de bankensector geven verder aan dat de onzekerheid tijdens de procedure en de afhoudende instelling van DNB hen terughoudend had gemaakt om een vergunning aan te vragen. ACM doet geen uitspraak over de juistheid van deze ervaringen, maar benadrukt dat verwachtingen van toetreders al een drempel kunnen zijn om een bank te beginnen. ACM neemt de signalen serieus en adviseert daarom om het vergunningsstelsel van DNB te evalueren.

Onzekerheid over toekomstige regels voor hypotheken kan ertoe leiden dat nieuwe banken wachten met hun beslissing om in Nederland actief te worden. ACM adviseert het kabinet om deze onzekerheid tot een minimum te beperken. Consumenten stappen weinig over met hun betaal- of spaarrekening naar een andere bank. Dit maakt het voor een toetreder moeilijk om voldoende klanten te winnen. ACM doet daarom een aantal concrete aanbevelingen zodat meer consumenten gaan overstappen, zoals het verbeteren en bekender maken van de overstapservice voor betaalrekeningen.

ACM vindt het wenselijk dat er weer volledig vrij verkeer van kapitaal binnen Europa is. Hierdoor kan buitenlands spaargeld gebruikt worden om in Nederland kredieten te verstrekken. Nationale toezichthouders hebben dit kredietverkeer tussen Europese landen na de crisis beperkt. Dit komt omdat bij eerdere faillissementen van banken die in meer landen werken, de lasten werden gedragen door de overheid van het land van herkomst. ACM pleit voor het invoeren van een Europese garantieregeling voor spaargeld en het verbeteren van de Europese regels die ervoor zorgen dat ongezonde banken failliet kunnen gaan zonder schade aan de economie. Hierdoor hoeven nationale toezichthouders deze beperkingen niet meer opleggen. Wanneer deze regels effectief zijn, zorgen ze er ook voor dat grote banken hun oneigenlijke concurrentievoordeel verliezen omdat ze niet meer gered hoeven te worden door de overheid.

woensdag 11 juni 2014

Zorgen bij consument over restschuld blijven

Ondanks het voorzichtige herstel van de woningmarkt maken nog steeds veel consumenten zich zorgen over hun financiële toekomst omdat zij bij verkoop van hun woning een aanzienlijke restschuld overhouden. Veel mensen hebben behoefte aan informatie over de eigen mogelijkheden. Het informatiepunt restschulden van de gezamenlijke banken biedt voor hen een goed vertrekpunt om goed voorbereid in gesprek te gaan met de bank.

Dit blijkt uit de tussentijdse evaluatie van het informatiepunt restschulden dat in februari werd gelanceerd. Tot nu toe hebben 35.000 mensen deze website bezocht. 300 mensen lieten daar vragen en opmerkingen achter. 18 mensen vroegen om een herbeoordeling van een afgewezen verzoek aan de bank voor een hypotheek waarin een restschuld was opgenomen. Enkele daarvan hebben alsnog een hypotheek gekregen.

De signalen bevestigen op hoofdlijnen dat banken bereid blijken om restschulden te financieren. Het beeld dat bij velen in de samenleving bestond dat banken restschuldfinanciering in de weg staan wordt dus niet gestaafd. In veel situaties blijkt het inkomen van de consument ontoereikend om op verantwoorde wijze de restschuld mee te financieren. Financiering van restschulden leidt immers tot hogere maandlasten over een periode van ten minste tien jaar en die moet iemand kunnen dragen.

Zoals was afgesproken bij de lancering van het informatiepunt heeft de NVB de evaluatie besproken met de Vereniging Eigen Huis (VEH). Daarbij heeft de VEH onder andere de suggestie gedaan om nog beter in beeld te brengen wat de lasten zijn voor iemand die restschuld wil meefinancieren in een nieuwe hypotheek. De ervaring leert dat mensen die overwegen te verhuizen, willen kunnen uitrekenen wat een nieuwe hypotheek hen kost. Dat staat uiteraard los van de weging die de bank maakt of een dergelijke hypotheek verantwoord is. De NVB neemt deze suggestie ter harte.

Veel van de vragen die bij het informatiepunt binnen kwamen, horen eigenlijk thuis bij de eigen bank of adviseur. Blijkbaar bestaat hier toch een bepaalde terughoudendheid bij de consument. Voor de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) is dit een belangrijk signaal. Samen met haar leden zal zij de komende maanden werken aan verbetering van de aanspreekbaarheid van banken op dit punt.

Omdat het informatiepunt duidelijk in een behoefte voorziet, zal de website www.restschuldinfo.nl voorlopig in de lucht blijven.

maandag 9 juni 2014

ABN AMRO geprezen voor begrijpelijke taal

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) constateert dat banken klantinformatie begrijpelijker en beter vindbaar hebben gemaakt. In haar rapport over klantvriendelijke informatie geeft de AFM aan dat ABN AMRO bovengemiddeld presteert op dit gebied. "Daar zijn we heel blij mee", zegt Lenny van Oeveren, die als Programmamanager Begrijpelijke Taal bij ABN AMRO mede een cultuuromslag veroorzaakte.

Woorden als 'middels' of 'voorts', ze zijn zoveel mogelijk verbannen uit het vocabulaire van ABN AMRO. "In het verleden werd er door banken te veel in formele taal en vaktaal geschreven", legt Van Oeveren uit. "Neem de volgende zin: 'Voor het passeren van de hypotheek dient een afspraak te worden gemaakt bij de notaris.' Je moet je dan afvragen of een klant wel weet waar dit over gaat. Veel duidelijker is: 'U moet een afspraak maken bij uw notaris om uw hypotheekakte te ondertekenen'."

Van Oeveren legt uit hoe ABN AMRO onduidelijke taal aangepakt heeft: "We hebben video’s uit onderzoek van AFM bekeken. Je zag daarin duidelijk hoe klanten worstelden met onze informatie. Dat moest anders. We zijn gestart om alle informatie voor onze particuliere klanten te vereenvoudigen. Vervolgens hebben we dit uitgebreid naar andere uitingen van de bank. Het uitgangspunt is altijd de klant: welke informatie heeft hij nodig? Niet ons product of ons proces, maar de klant en zijn belevingswereld staat centraal."

Ontelbare klantbrieven, brochures en webteksten werden de afgelopen jaren onder handen genomen, aan de particuliere en later ook de zakelijke kant van ABN AMRO. Het uitgangspunt voor de teksten is steeds hetzelfde: particuliere én zakelijke klanten krijgen duidelijke informatie die goed doorzoekbaar en snel leesbaar is. "Toch zien we tussen de teksten wel verschillen. In teksten voor particuliere klanten leggen we veel uit; niet iedereen is immers thuis in de meestal ingewikkelde financiële onderwerpen. Het kennisniveau van grotere zakelijke klanten is vaak hoger, daar houden we rekening mee. Toch zijn ook aan die kant de teksten klantgerichter gemaakt door minder juridisch en met minder vaktaal te schrijven. Want ook een zakelijke klant leest graag snel en efficiënt door onze teksten heen."

Inmiddels is het merendeel van de teksten voor klanten van ABN AMRO herschreven. Het proces dat hieraan voorafging was best moeilijk, zegt Van Oeveren. "Het is een omvangrijk traject. Hadden we hier niet de tijd voor genomen, dan was het ons niet gelukt. We vragen aan medewerkers die al heel lang op een bepaalde manier werken, om dat anders te doen. Zij zien de noodzaak voor verandering soms niet meteen. Met het programma Begrijpelijke Taal sleutelen we aan het DNA van de organisatie. Toch is beter schrijven geen hogere wiskunde. Met een schrijfopleiding en de juiste ondersteuning kunnen veel medewerkers begrijpelijker leren schrijven."

Volgens Lenny van Oeveren is het begrijpelijk maken en houden van teksten een continu proces. Ze ervaart dat haar collega’s zich steeds bewuster worden van het gebruik van begrijpelijke taal. "In het begin was het voor medewerkers merkbaar wennen. Nu zijn we een paar jaar verder en zijn de resultaten zichtbaar. Collega’s die sceptisch zijn, komen we veel minder tegen. De meesten zijn heel enthousiast. Ze komen zelf met hun klantbrieven om te vragen wanneer die worden aangepakt."

maandag 2 juni 2014

Rentederivaten doen wat ze moeten doen

Ondernemers die de renterisico’s bij een variabele (Euribor) lening willen beperken om zo de rentelasten op een acceptabel niveau te houden, kunnen daarvoor een rentederivaat inzetten. Het meest voorkomende rentederivaat is de renteswap. De ondernemer betaalt de vaste rente onder de renteswap, ongeacht of de marktrente stijgt of daalt, en de bank betaalt de variabele marktrente. De renteswap beschermt tegen een stijgende rente, maar de klant profiteert niet van een dalende rente. Het derivaat doet wat het moet doen: renterisico beperken en zekerheid bieden voor de ondernemer.

Voor ondernemers verandert er niets, zolang de bij het rentederivaat behorende financiering niet verandert. Ook niet als door rentedaling na afsluiting van de renteswap de marktrente lager is dan de afgesproken swaprente en er sprake is van een negatieve marktwaarde. Een eventuele tussentijdse positieve of negatieve markwaarde hoeft niet te worden afgerekend. Een negatieve marktwaarde is voor de bank geen grond om een lening op te zeggen. Aan het eind van de looptijd van het derivaat loopt de marktwaarde terug naar nul en zijn er voor de ondernemer geen kosten of opbrengsten meer uit hoofde van het derivaat.

Anders is het als de financiering onder een renteswap tussentijds verandert of eindigt; op dat moment moet conform ons derivatenbeleid de renteswap (deels) worden beëindigd. Is op het moment van tussentijdse beëindiging van de renteswap de marktrente lager dan de afgesproken swaprente (negatieve marktwaarde) dan brengt dat kosten met zich mee. Kosten die voor rekening komen van de klant. Zoals bij een tussentijdse beëindiging van een vastrentende lening de bank vergoedingsrente (boeterente) in rekening brengt bij de klant als er sprake is van een lagere marktrente.

Indien de marktrente hoger is dan de afgesproken swaprente op het moment van tussentijds beëindigen van een renteswap (positieve marktwaarde), dan wordt dit bedrag door de bank aan de klant uitgekeerd. Dit in tegenstelling tot bij een vastrentende lening, waar de klant bij een hogere marktrente geen vergoeding krijgt van de bank.

De Rabobank bedient bijna 800.000 zakelijke klanten met bancaire dienstverlening. Met zakelijke klanten die een financiering hebben neemt de bank jaarlijks in een gesprek de individuele financiële positie door. In de gesprekken met ondernemers met een derivaat (ca. 8.000) wordt bij dit onderwerp nadrukkelijk stilgestaan om eventuele onduidelijkheid bij de klant weg te nemen. Mocht een klant over het lopende rentederivaat eerder met de bank in gesprek willen gaan dan kan dit via de lokale bank. De lokale banken worden ondersteund door een centraal expertise team derivaten. Klanten die er met hun lokale bank niet uitkomen, een specifieke vraag of zorg hebben met betrekking tot hun derivaat, kunnen een bericht sturen naar expertiseteam.derivaten@rn.rabobank.nl. Is er sprake van een klacht, dan zal dit expertiseteam daar grondig naar kijken en deze met oog voor het klantbelang afhandelen.